Als het gaat om zelfcompassie en vriendelijkheid voor jezelf, dan hoor je vaak al snel kritiek.

Zelfcompassie zou een uiting zijn van slapheid, genotzucht en egoisme. We zouden onze discipline verliezen en niets meer voor elkaar krijgen. Wellicht spelen dergelijke argumenten ook door jouw geest als je een zelfcompassietraining overweegt.
Hieronder bespreken we enkele veelgehoorde punten van kritiek. De teksten zijn gebaseerd op het werk van Kristin Neff en Christopher Germer.

'Zelfcompassie = soft'
Het omgekeerde is waar. Zefcompassie trainen vraagt kracht en moed - we gaan het pijnlijke immers niet uit de weg. Meditatieleraar Pema Chodron zegt: 'Mededogen beoefenen vereist moed. Het vraag dat we leren ontspannen en onszelf geleidelijk toe bewegen naar datgene waar we bang voor zijn.'
Door de training ontwikkel je een betere manier om om te gaan met pijn, verdriet en lijden. Hierdoor zijn allerlei mechanismes om dit te bedekken of uit de weg te gaan niet meer nodig. Dit geeft je grotere veerkracht bij moeilijkheden. Onderzoek toont aan dat mensen die zelfcompassie hebben, beter in staat zijn goed om te gaan met moeilijke situaties zoals scheiding, trauma, of chronische pijn.
Door zelfcompassie word je een krachtiger mens.

'Zelfcompassie = genotzuchtig'
Wat we in de kern leren in de training is onszelf te geven wat we werkelijk nodig hebben. Dit is niet hetzelfde als doen waar we op dit moment zin in hebben. Iets wat werkelijk goed voor ons is, hoeft op de korte termijn niet meteen prettig te zijn. Kristin Neff geeft het voorbeeld van een moeder. Die laat het kind ook niet al het ijs  eten wat hij of zij wil, maar zegt “eet je groente.”
Onderzoek toont aan dat mensen die zelf-compassie hebben gezonder gedrag laten zien, zoals lichaamsbeweging, goed eten, minder drinken en regelmatiger naar de dokter gaan. Hieruit blijkt een heilzame zelfdiscipline.

'Zelfcompassie = zelfmedelijden'
Het is waar: compassie opent zich voor het lijden. Maar niet om dit te vergroten, of om ons erin te laten wentelen. Compassie opent zich voor het lijden, met de wens dit te verlichten.
De blik van compassie is wel reëel, doordat hij het lijden dat er is, erkent. Daarmee brengt hij balans in onze (cultuurbepaalde) neiging om pijn en lijden te ontkennen. Om ons er van af te wenden.
Zelfcompassietraining maakt het lijden niet groter dan het is. Het is dus geen poor-me houding. Integendeel: het wenst dat het opgeheven wordt, of tenminste verlicht.

'Zelfcompassie = egoïstisch'
Een van de meest krachtige verzachtende effecten die we kunnen oproepen bij het ervaren van lijden, is ons te realiseren dat we hierin niet alleen staan. Dat pijn en lijden bij het leven horen, deel uitmaken van de condition humaine. De verzachting komt door de vermindering van ons gevoel van isolatie, van het afgesneden te zijn van anderen.
Het ons realiseren dat we verbonden zijn, dat jouw lijden mijn lijden is, is het tegenovergestelde van egoïstisme.
Compassieonderzoeker Kristin Neff zegt dat mensen die zelf-compassie hebben vaak zorgzamer en ondersteunender zijn in persoonlijke relaties, eerder geneigd zijn tot het sluiten van een compromis bij relatieconflicten, en compassievoller zijn naar anderen.

'Zelf-compassie = motivatie-ondermijnend'
Hoe moet het nu als we alsmaar zacht en vriendelijk voor onszelf zijn? Dan presteren we toch niets meer? We komen niet meer van de bank!
Velen van ons geloven dat we onszelf moeten aanpakken. Dat we hard en kritisch moeten zijn, om dingen voor elkaar te krijgen. Dit leidt tot cultureel gesteunde overtuigingen als: 'Het kan altijd beter. (Dus: het is nooit goed genoeg.)' En: 'Er kan nog een schepje bovenop.'
Uit onderzoek blijkt dat zo een opjagende en scherpe interne criticus ons in werkelijkheid uitput, het zelfvertrouwen ondermijnten leidt het tot faalangst.
Onderzoek toont tevens aan dat mensen met zelfcompassie hoge persoonlijke maatstaven hanteren, maar dat ze zichzelf gewoon niet afstraffen als ze daar niet aan voldoen. Dit betekent dat ze minder bang zijn om te falen en dat ze eerder geneigd zijn het opnieuw te proberen en door te zetten als iets niet gelukt is.

'Zelfcompassie = laisser-faire'
Als je overal maar compassievol voor bent, dan vindt je alles maar goed. Je gaat overal met mee en kunt geen grenzen meer stellen. Mensen zullen over je heen lopen.
Ook dit is een misvatting. En opnieuw is precies het omgekeerde waar: er ontstaat pas ruimte voor compassie en zelfcompassie als je grenzen duidelijk zijn en je deze ook kunt respecteren. Gedragswetenschapper Brené Brown: 'Een van de grootste (en minst besproken) obstakels voor de beoefening van compassie is de angst om grenzen te stellen en mensen aan te spreken op hun persoonlijke verantwoordelijkheid.'
Ze vervolgt: 'Tegenwoordig ben ik werkelijk meer compassievol, minder oordelend en verongelijkt, en veel sierieuzer in het stellen van grenzen. [...] Ik stond versteld toen ik er tijdens het interviewen achter kwam dat veel werkelijk toegewijde compassiebeoefenaars tevens de meest grensbewuste mensen uit het onderzoek waren. Compassievolle mensen zijn mensen die grenzen respecteren. Ik was verbluft.'
Onderdeel van de compassietraining is dan ook om bewustzijn van en respect voor grenzen te cultiveren.